‘First, move well …, Then move often’. Deze quote van Gray Cook haal ik wel vaker aan. Wat Gray Cook bedoelt, is dat je eerst goed moet leren bewegen, voordat je vaker en intensiever gaat sporten. De kwaliteit van bewegen en de bewegingen doen er dus toe, onder andere om blessures te voorkomen. 

Een mooi startpunt om goed te leren bewegen zijn de functionele posities van de heupen en de schouders. Deze posities heeft Kelly Starrett ingedeeld in zeven zogenaamde basis archetypes van het menselijke lichaam: vier voor de schouders en drie voor de heupen. Deze archetypes vormen de start- en eindpositie van de meeste bewegingen in de fitness. Ze omvatten alle range of motion (ROM)1 en motor control2 die je nodig hebt om optimaal te functioneren in het dagelijkse leven. De archetypes kun je beschouwen als een blauwdruk voor een goede lichaamshouding, voor de kwaliteit van bewegen en het vaststellen van eventuele beperkingen in range of motion. Als je deze archetypen goed beheerst, dan beschik je over de bouwstenen voor een veilige en stabiele lichaamshouding bij de meeste bewegingen.

 


© Kelly Starrett – Becoming a Supple Leopard

Ze helpen je om de basisbewegingen van functionele training optimaal te leren uitvoeren. Om een beweging perfect uit te voeren moet je veel oefenen, maar het scheelt een hoop als je weet hoe je moet starten en eindigen. Het kan je leerproces behoorlijk versnellen. Je hoeft namelijk maar zeven lichaamshoudingen te leren en te onthouden.

Snap je de archetypen, dan heb je een sjabloon voor de optimale start- en eindpositie van elke beweging. Ook helpt het je met het uitvoeren van verschillende bewegingen achter elkaar. Je gaat namelijk steeds over van het ene naar het andere archetype.

Wil je weten hoe de archetypes jouw kunnen helpen bij het aanleren van de basisbewegingen van functionele training? Neem dan contact met mij op.

1 Range of motion (ROM) is de term waarmee het bewegingsbereik van een gewricht of spier wordt bedoeld. Een volledige ROM is een volledige strekking en samentrekking van de spier bij een fitnessoefening.

2 Het vermogen om expliciet spieren in een welbepaalde volgorde aan te spannen, met als doel vrijwillig een zeer specifieke beweging uit te voeren of een bepaalde houding aan te nemen.