Blog

Nieuws en artikelen

De eeuwige discussie over core stability: is de plank wel zo heilig?

Core stability. Elke sportschool heeft er een hoekje voor, elk revalidatieprogramma bouwt erop, en de plank is inmiddels net zo vaste prik als de warming-up. Maar hoe vanzelfsprekend die “core oefeningen” ook zijn geworden, de wetenschap is er allerminst over uit. Is core stability trainen wel zo logisch als we allemaal denken?

Wat is core stability eigenlijk?

Dat is meteen het eerste probleem: er is geen eenduidig antwoord. Iedere behandelaar of trainer hanteert een net iets andere definitie. In 2021 concludeerde het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) in de richtlijn Lage Rugpijn zelfs dat er geen bewijs is voor de effectiviteit van oefeningen die specifiek op “core stability” zijn gericht. Vakblad Sportgericht besteedde er al in 2012 een heel themanummer aan, met als centrale vraag: is core stability wel hetzelfde als core kracht?

Kortom, voordat je jezelf in de plank positie brengt, is het goed om te weten waar je het eigenlijk over hebt.

Vier hardnekkige misverstanden

Bewegingswetenschapper Bas van Hooren zette de wetenschappelijke stand van zaken op een rij, en die is behoorlijk ontnuchterend.

1. Core stability heeft een groot effect op sportprestaties.

Een meta-analyse onder gezonde, getrainde sporters liet een effect van 0,00 zien van klassieke core-oefeningen op prestatiematen zoals de 5000 meter hardlopen. Krachttraining scoorde zelfs iets beter dan core stability training.

2. Je kunt buikspieren selectief aansturen.

Er is geen bewijs dat je met specifieke oefeningen alleen de diepe buikspieren (zoals de transversus abdominis) apart kunt activeren. Buikspieren werken juist synergetisch samen; welke spier het meest actief is, hangt af van de beweging, niet van de oefening die je ervoor bedacht hebt.

3. Rotatie-oefeningen zoals de Russian twist zijn functioneel.

Deze oefeningen geven juist hoge draaikrachten op de tussenwervelschijven. Tijdens intensieve sportsituaties proberen je buikspieren de romp vooral te fixeren, niet te draaien. Trainen op fixatie sluit dus beter aan bij wat er in de praktijk van je lijf gevraagd wordt.

4. Trainen op een onstabiele ondergrond (bosu, fitball) is beter dan op een stabiele ondergrond.

Er is geen enkele langetermijnstudie die dit bevestigt. Sterker nog: de belasting ligt op een onstabiele ondergrond zo’n 40% lager, waardoor je spieren juist minder geprikkeld worden. En onstabiele ondergronden komen in de meeste sportsituaties helemaal niet voor.

Waarom het toch niet zo simpel is

Betekent dit dat core stability onzin is? Niet per se — het betekent vooral dat de klassieke, standaard core-work-out te grofmazig is. Fysiotherapeut en sportprestatiespecialist Jacob Wijnstra beschrijft in Sportgericht een genuanceerder beeld, gebaseerd op de classificatie van Comerford en Mottram. Zij onderscheiden drie type spieren, elk met een eigen taak:

  • Lokale stabilisatoren — spieren dicht bij het gewricht, die continu laagintensief actief zijn en zorgen voor segmentale stabiliteit.
  • Globale stabilisatoren — spieren die houding en beweging over een groter bereik reguleren en kracht overdragen tussen lichaamsdelen.
  • Globale mobilisatoren — de grote, oppervlakkige spieren die zorgen voor de daadwerkelijke, krachtige beweging.

Bij een blessure of overbelasting raakt vaak juist de aansturing van de lokale stabilisatoren verstoord: ze worden te laat of te weinig geactiveerd. Het lichaam compenseert dan elders, met een verkeerd bewegingspatroon tot gevolg — soms zelfs in een heel ander lichaamsdeel dan waar de oorspronkelijke klacht zit.

Wat betekent dit voor jouw training?

Een paar praktische lessen uit beide bronnen:

Standaard buikspieroefeningen voor iedereen werken niet. Een setje crunches en planken “omdat het goed is voor je core” heeft weinig aantoonbaar effect. Generieke programma’s en buikspierkwartiertjes schieten hun doel voorbij.

Kijk en ervaar hoe je daadwerkelijk beweegt. Niet de hoeveelheid herhalingen is bepalend, maar de kwaliteit van de beweging. Waar in de keten gaat het mis, en welke spiergroep compenseert daarvoor?

Bouw stabiliteit in binnen de beweging, niet ernaast. In plaats van geïsoleerde buikspieroefeningen werkt het beter om de romp uit te dagen tijdens functionele, sportspecifieke bewegingen — denk aan een step-up met een instabiele weerstand, waarbij je je romp moet blijven fixeren terwijl de rest van je lichaam in beweging is.

Elk lichaam is anders belast. Niemand beweegt precies hetzelfde, dus ook hier geldt: er is geen quick fix die voor iedereen werkt.

Conclusie

De wetenschap is verdeeld, en dat mag ook gezegd worden. Klassieke core-oefeningen zoals de plank hebben op zichzelf maar een beperkt effect op prestatie en blessurepreventie. Tegelijk is er wel degelijk iets aan de hand met stabiliteit — alleen ligt de oplossing niet in tien minuten buikspieroefeningen aan het begin of eind van je training, maar in goed kijken naar hoe je beweegt, waar het misgaat, en hoe je dat oplost binnen bewegingen die op jouw sport lijken.

Dat is precies waarom ik geen standaardprogramma’s draai. Ieder mens is uniek, elk lichaam is anders belast, en dus verdient elk trainingsplan een eigen aanpak — gebaseerd op wat de wetenschap ons vertelt, niet op wat “iedereen doet”.

Bronnen

Jacob Wijnstra, De eeuwige discussie over core stability Sportgericht 79, nr 2, p40-43, 2025
Bas van Dooren, 4 Misverstanden over core stability training. basvanhooren.com
KNGF-richtlijn Lage rugpijn en lumbosacraal radiculair syndroom, 2021

Heb je vragen of wil je een afspraak maken?